“Mama gaat even lekker een dagje sporten.” Road to Ironman

In precies 11u bereikte ik de finish na 3,8 km zwemmen, 180,2 km fietsen en 42,2 km hardlopen te hebben afgelegd. Een pittig zwaar fietsparcours in genadeloze hitte om te eindigen met een marathon. De gevreesde marathon waarvan de voorbereiding in looptrainingen verwaarloosbaar was vanwege blessures. Uiteindelijk mag ik dan ook ontzettend trots zijn met de derde plaats in een sterke age-group 35-39. Een prachtig podium met atleten uit België en Duitsland waarvan de Hollandse glorie zeker niet mag ontbreken!!! 💯🇾🇪

Omdat ‘mama even lekker een dagje gaat sporten’, gaat er heel wat voorbereiding aan vooraf.

De dag voor zo’n lange race is voor vele een zeer stressvolle dag. Voor mij voelde het als een vakantiedag. Op z’n Frans gingen mijn man en ik op de fiets naar de boulangerie om te ontbijten; krantje, zonnetje, koffie.. en het aller belangrijkste het wedstrijdschema met de routes. Het was nog een kwestie van de puntjes op de “i” zetten. Zelfs de puntjes op de “i” zetten vergde een hele dag. Mijn man en ik namen het wedstrijdplan meermaals door. Het voedingsplan, parcours, materiaal, logistiek en de wat als scenario’s waren gedekt. Ik wilde mijn eigen voeding op de fiets meenemen, maar waar laat je al die gelletjes? Een bidon gevuld met 6 gelletjes was precies genoeg voor 90 km op de fiets. Op de helft van het fietsparcours zou mijn man de tweede bidon aangeven met gelletjes, zodat ik de lege bidon kon lossen. Ook dit werd uitgebreid in de keuken nog even geoefend. De nieuwe soigneur was in de maak.

Om 3.30u gaat de wekker. Waanzin om zo vroeg op te staan. Je zult triathlon maar als hobby hebben. Met de instelling “even een dagje lekker sporten”, begon ik de dag met een kopje koffie. Het belachelijk vroege tijdstip heb je hard nodig, alleen al om het lichaam opgang te brengen om het de tijd te geven het ontbijt te verwerken voordat je in het heetst van de strijd zit. En je wilt natuurlijk ook niet dat je medezwemmers je ontbijt voorbij zien drijven.

Het is zo mooi om al die sportieve en fitte mensen bij elkaar te zien die staan te popelen om te starten aan de Ironman. En ze stonden niet alleen te popelen om te starten. Vele stonden ook te popelen om zo snel mogelijk nog even naar de wc te gaan. Was ik even blij dat ik een vrouw ben. Er was nagenoeg geen rij bij de vrouwen, terwijl de mannenrij verbazingwekkend lang was. Zou triathlon meer een mannensport zijn?

Het zwemparcours lag er strak bij. Een ideaal parcours voor een middelmatige zwemmer, zoals ik. Ik kon prima leven met de rolling start. Het zwemmen verliep zoals gepland. Af en toe keek ik eens om me heen of ik nog op cours lag. Sommige stukken zwom ik helemaal alleen. En niet omdat ik zo’n snelle zwemmer ben. Was het maar waar! Jeetje wat was dit relaxt! Afgelopen jaar heb ik geleerd om vooral niet het gevecht met het water aan te gaan, maar vooral ontspannen te zwemmen.Terwijl ik in mijn nopjes was verscheen de zon achter de bomen, met het glinsterende water door mijn zwembrilletje kwam plots het liedje van ‘Mocking Bird Hill” in mijn hoofd. “Tralala Trilidiedie”. GENIETEN! Dit belooft een dag te worden om nooit meer te vergeten.

Snel de fiets op, want er liggen nog 222,4 km op me te wachten. Dit is mijn ding. De temperatuur in de ochtend was heerlijk, wetend dat deze temperaturen ook de sluipmoordenaar van de dag zou kunnen worden.

Zoals de Fransen zeggen: “courir c’est mourir un peu”. (koersen is een beetje sterven.) Triathlon is zeker geen koers zoals we die kennen bij de Tour de France, maar een beetje sterven op de fiets hebben we allemaal gedaan en anders wel tijdens de marathon. De hitte sloeg in als een bom. Het parcours kende drie fietsrondes. Ik had goede benen en de klimmetjes kostten me weinig moeite. Op de tweede ronde bereikte ook ik het kookpunt. Tijdens de daling was ik niet scherp, er was weinig focus maar wist wat ik deed. Ik had het parcours verkend, kende de bochten, wist waar de gevaarlijke punten zaten om gekke manoeuvres te voorkomen. ‘No fear’, want angst verlamt dus gaan met die banaan. Kramp was een gevolg van te weinig drinken en warmte. In het voedingsplan had ik gerekend op volle bidons met drinken bij de posten. De bidons werden gevuld met de zo gehete Franse slag. De een na de andere half gevulde bidon greep ik bij de drinkposten. “Nee, dat meen je niet!” Omdraaien om een volle bidon te halen ga je niet doen. Of toch wel? Door! Terwijl ik het tempo hoog probeerde te houden, zag ik de een na de ander met kramp of al overgevend in de berm staan. Poeh dit is serieuze shit.

Onthoud: “Het is geen wedstrijd” zei mijn coach.. de enige tegenstander ben jezelf. Klopt, helemaal mee eens!!! Waarop ik antwoordde: “als er geen competitie element in zou zitten, dan zou ik fluitend op de fiets zitten.” En jawel ik zat fluitend op de fiets, de competitie zat in mezelf. Bij iedere age-grouper die ik inhaalde kwam het deuntje weer: “Tralala Trilidiedie”. Ondertussen kroop ik omhoog in het de ranking van de 15e plaats naar de 3e plaats in mijn age-groep.

Eenmaal in de wisselzone kwam ik mijn teammaatje van Edo Sports tegen die bevangen was door de hitte, een zo geheten heat stroke. Ik kan me er nog flarden van herinneren, de hitte had mij ook in haar greep. Wilde ik de marathon nog gaan lopen dan moest ik per direct drinken en koelen. Op dat moment passeerde ik de nummer 2 in de race. Ik stelde mezelf de gewetensvraag: “In deze toestand (niet wetend hoe het met mijn blessure zou gaan) en hitte een marathon lopen?” Doe even normaal Jeannette. Wat bezielt mensen om zich zo te laten uitputten en dan verkeer ik nog in een relatief goede conditie. “Het is de power of the mind.” Wilde ik de marathon goed uitlopen, dan moest ik met verstand gaan lopen en dat betekent de tijd nemen om te koelen en naar het lichaam luisteren. In de voorbereiding had ik de marathon opgedeeld in rondes en de rondes opgedeeld in stukken van post naar post. Ze zeggen: Het gevecht tussen al je gedachtes en het lichaam begint bij 25 km. Dat gevecht had ik in de eerste 7 km gehad om mezelf uit de shock te houden. Na de eerste kilometers waren verstreken kwam ik weer terug op kracht. Wat ga ik doen? Tempo verhogen zou betekenen meer pijn tijdens het lopen. Het ging me niets opleveren want de nummer 1 en 2 liepen een tempo die ik niet meer kon inhalen. De voorsprong op nummer 4 was groot genoeg om mijn plek veilig te stellen. De resterende 35 km waren een kwestie van het comfortabel verkeren in ongemak. De posten met waterdouches waren een genot en mijn toejuichende man aan de kant van het parcours was een lichtpuntje in deze helletocht “Tralala Trilidiedie”.

“You are an Ironman!”

Na 24 gelletjes, 8 bidons met sportdrank, 16 zout capsules, bekers water, cola, meer dan 8000 calorieën te hebben verbrand, heerlijk verkoelende waterdouches, bereikte ik na 226,4 km de finishlijn met de verlossende woorden:

“Mama jij bent geen gewone mama, jij bent een super mama XXL!”

De hart verwarmende woorden met een dikke knuffel van mijn kinderen ontroerde me vele malen meer.